Het humormysterie
- 6 okt 2025
- 1 minuten om te lezen
Als mensen mij vragen ‘Wat doe jij voor werk?’, heb ik twee antwoorden.
Het algemene antwoord is:
Ik geef trainingen en lezingen aan organisaties over hoe je humor kunt inzetten op de werkvloer.
Maar als ik in een existentiële bui ben (geef me een paar drankjes), zeg ik:
Ik ontrafel het humormysterie. 🧙

Over dat avontuur zou ik een trilogie kunnen schrijven. Het is namelijk de essentie van wat mij al jaren bezighoudt. Het is de R&D waarop mijn bedrijf gebouwd is.
Eigenlijk draait Humor Loont om twee vragen:
1. Wat zorgt ervoor dat iets écht grappig wordt?
2. Waar kun je humor voor gebruiken?
Ik benader die vragen eerder technisch dan filosofisch. Ik ben meer doener dan denker. Daarnaast moet ik de eerste filosoof die mij grappiger maakt nog vinden.
Het probleem is alleen dat humor een nogal ongrijpbaar fenomeen is voor een exacte aanpak. Voor alle factoren die ervoor zorgen dat iets grappig wordt, zijn er ook voorbeelden te bedenken die het tegendeel bewijzen.
Neem leed. Sommig leed is grappig. (De filosoof in mij durft zelfs te stellen dat leed het fundament is van vrijwel alle humor.) Maar ander leed is alles behalve grappig. Waarom is leed A wel grappig en leed B niet? 🤷 En waarom werkt een grap in de ene context wel en in de andere niet?
Deze queeste gaat mij waarschijnlijk bezighouden tot mijn einde. Klinkt misschien dramatisch, want dat is het ook. Ik betwijfel of ik er ooit een eenduidig antwoord ga vinden op mijn grote vragen. Maar ik kan de waarheid wel benaderen, en dat is ook wat waard. 💫



